Als merels in de trein zingen

buiten is het kil, grijs en herfst
binnen is er niets dat de warmte bederft

voor me zitten twee merels
met achter lange zwarte wimpers
diepbruine glimmende ogen

dicht tegen elkaar aan
wetend dat alle vleugels
ooit uitgeslagen zullen worden

voor nu
steun ik met mijn kin
op mijn handen
terwijl ze zachtjes zingen

het is hun lied
en juist omdat ik het niet versta
geeft dat niet

ze geven me iets te dromen
bijvoorbeeld hoe ik de volgende keer
met mijn zoontje in de trein ga zitten
liefdevol zachtjes zingend.

– Intercity Bergen op Zoom naar Rotterdam CS –