Code Oranje

wolken golven over de dijken
het land op, de branding omhoog,
de ontlading omlaag als weerlicht
dat kamt door statisch haar, vonkend,

proestend, hoestend, ploertend,
geeft de donkere achterkant
van de zon zich aan ons toe,
zet ik alle ramen open

voor adem, voel ik de regen
op mijn huid die giechelt
als ik haar kietel, na dagen
van woeste hitte

overeet ik me gemakkelijk aan de wind
van de stilte in mijn ziel, totdat
als de gesmeerde, de gekleurde bliksem
inslaat naast mijn voeten,

ik me alsnog verbrand aan de
ontoevallige willekeur
van evenwicht dat zich
alleen blust aan onrust,

tja, small talk
over het weer, ik bedank
meneer, maar weet
– tot een volgende keer –
nu tenminste wel dat
het gaat regenen.